De mentat moet bovenal algemene kennis hebben en geen gespecialiseerde. Het is wijs om beslissingen van groot gewicht door een algemeen deskundige te laten bekijken. Experts en specialisten voeren je razendsnel naar wanorde. Zij zijn een bron van zinloos vlooien vangen, van woedende ruzies over een komma. Daarentegen brengt de algemeen deskundige mentat juist een gewoon gezond verstand in bij het nemen van beslissingen. Hij moet zich niet afzijdig houden van het brede verloop van de gebeurtenissen in zijn heelal. Hij moet in staat blijven om te zeggen: 'Op het ogenblik is hier eigenlijk niets geheimzinnigs aan. Dit willen we nu. Misschien blijkt later dat het verkeerd is, maar dat zetten we dan wel recht als het zover is.' De algemeen deskundige mentat moet begrijpen dat alles wat wij kunnen benoemen als ons heelal, slechts een onderdeel is van een groter verschijnsel. Maar de expert kijkt achterom; hij kijkt naar de smalle maatstaven van zijn eigen specialiteit. De algemeen deskundige kijkt naar buiten; hij zoekt naar levende uitgangspunten, heel goed beseffend dat zulke uitgangspunten veranderen, dat ze zich ontwikkelen. De algemeen deskundige mentat moet juist naar de eigenschappen van die verandering zoeken. Er kan geen permanente catalogus van zulke verandering bestaan, geen handboek of handleiding. Je moet er met zo min mogelijk vooroordelen naar kijken en je afvragen: 'Wat doet dit ding nu eigenlijk?'

Het Handboek Mentat

A

Het was de dag van de Kwisatz Haderach, de belangrijkste Feestdag voor de volgelingen van Muad'Dib. Deze dag eerde Paul Muad'Dib als de persoon die overal tegelijk was, de mannelijke Bene Gesserit die door vermenging van zijn afstamming in mannelijke en in vrouwelijke lijn tot een ondeelbare macht, Een-met-Allen was geworden. De gelovigen noemden deze dag Ayil, het Offer, om de dood te gedenken die zijn aanwezigheid 'op alle plaatsen echt' maakte.

De Prediker verkoos om vroeg in de morgen van deze dag wederom op het plein van Alia's tempel te verschijnen, het arrestatiebevel trotserend waarvan iedereen wist dat het tegen hem was uitgevaardigd. De broze wapenstilstand tussen Alia's priesters en de woestijnstammen die in opstand waren gekomen hield stand, maar het bestaan van die wapenstilstand was te voelen als een tastbaar iets dat iedereen in Arrakeen onrustig maakte. De Prediker verdreef die stemming niet.

Het was de achtentwintigste dag van de officiA

Bij het eerste ochtendgloren betrad de Prediker het plein en hij trof op die plaats al een grote menigte gelovigen aan. Een hand hield hij lichtjes op de schouder van zijn jonge gids en hij voelde de cynische trots in het lopen van de jongen. Als de Prediker tegenwoordig naderde, merkten de mensen elke kleinigheid in zijn gedrag op. De jonge gids vond zulke aandacht niet onaangenaam. De Prediker aanvaardde het gewoon als een noodzakelijk kwaad.

Terwijl hij zijn standplaats op de derde trap van de Tempel innam, wachtte de Prediker tot het stil werd. Toen de stilte zich als een vloedgolf door de menigte had verspreid en aan de randen van het plein de haastige voetstappen hoorbaar waren van anderen die kwamen luisteren, schraapte hij zijn keel. Het was nog ochtend-koud om hem heen en het licht viel nog niet over de daken van de gebouwen op het plein. Hij voelde de grijze rust van het grote plein toen hij begon te spreken.

'Ik kom hier eer betuigen en prediken ter nagedachtenis van Leto Atreides II,' zei hij met die schallende, krachtige stem die zo deed denken aan een wormberijder uit de woestijn. 'Ik doe dat in deernis voor allen die lijden. Ik zeg u wat de dode Leto heeft geleerd; dat morgen nog niet is gebeurd en misschien nooit zal gebeuren. Dit ogenblik hier is voor ons de enig waarneembare tijd en plaats in ons heelal. Ik zeg u dit ogenblik goed te proeven en te begrijpen wat het ons leert. Ik zeg u te leren dat groei en dood van een regering blijken uit groei en dood van zijn burgers.'

Een ongerust gemompel trok over het plein. Dreef hij de spot met de dood van Leto n? Ze vroegen zich af of er nu priesterwachters naar buiten zouden snellen om de Prediker te arresteren.

Alia wist dat de Prediker niet zo onderbroken zou worden. Zij had bevolen dat hij op deze dag met rust gelaten moest worden. Ze had zich vermomd in een goed stilpak met een vochtmasker dat haar mond en neus bedekte en met een gewone mantel met kap bedekte ze haar haar. Ze stond in de tweede rij mensen op de trap onder de Prediker en bekeek hem zorgvuldig. Was dit Paul? De jaren zouden hem zo hebben kunnen veranderen. En hij was altijd zeer bedreven geweest met de Stem, een feit dat hem aan zijn spraak moeilijk te herkennen maakte. Toch liet deze Prediker zijn stem doen wat hij wilde. Paul zou het niet beter hebben kunnen doen. Ze had het gevoel dat ze zijn identiteit moest kennen voor ze tegen hem kon optreden. Wat raakte ze verblind door zijn woorden!

Ze proefde geen spot in de woorden van de Prediker. Hij gebruikte de verleidelijke bekoring van scherp geformuleerde zinnen, uitgesproken in dwingende ernst. De mensen zouden slechts even over zijn zinnen struikelen, in het besef dat het zijn bedoeling was dat ze zouden struikelen, dat hij hun op deze manier onderwees. Inderdaad, hij ging in op de reactie van de menigte en zei: 'Spot is vaak een dekmantel voor het onvermogen om niet voorbij je eigen veronderstellingen te kunnen denken. Ik spot niet. Ghanima heeft gezegd dat het bloed van haar broeder niet weggewassen kan worden. Ik ben het daarmee eens.

Men zal zeggen dat Leto gegaan is waar zijn vader ging, dat hij gedaan heeft wat zijn vader deed. De kerk van Muad'Dib zegt dat hij ter wille van zijn eigen menselijkheid een koers koos die misschien belachelijk en dwaas lijkt, maar in de loop der geschiedenis zijn waarde zal bewijzen. Die geschiedenis wordt nu op dit moment herschreven.

Ik zeg u dat er een andere les geleerd moet worden uit deze levens en hun einde.'

Alia die scherp op elke nuance lette, vroeg zich af waarom de Prediker einde zei in plaats van dood. Zei hij daarmee dat een van hen of allebei niet echt dood waren? Hoe was dat mogelijk? Een Waarheidszegger had Ghanima's verhaal bevestigd. Waar was deze Prediker dan mee bezig? Deed hij een uitspraak uit een mythe of uit de werkelijkheid?

'Onthoud die andere les goed!' bulderde de Prediker terwijl hij zijn armen ophief. 'Als jullie je menselijkheid willen houden, laat het heelal dan los!'

Hij liet zijn armen zakken en richtte zijn lege oogkassen regelrecht op Alia. Het leek wel of hij haar vertrouwelijk toesprak, een handelwijze die zo opviel dat veel mensen om haar heen zich omdraaiden en nieuwsgierig in haar richting keken. Alia huiverde om de macht die ze in hem zag. Dit zou Paul kunnen zijn. Het was mogelijk!

'Maar ik besef dat mensen maar heel weinig werkelijkheid kunnen verdragen,' zei hij. 'De meeste levens zijn een vlucht voor de eigen persoonlijkheid. De meesten geven de voorkeur aan de waarheden van de stal. Jullie steken je kop in de ruif en kauwen tevreden tot jullie sterven. Anderen gebruiken jullie voor hun eigen doeleinden. Niet eenmaal leven jullie buiten de stal, heffen jullie het hoofd en zijn jullie zelfstandig. Muad'Dib kwam jullie daarover vertellen. Zonder zijn boodschap te begrijpen, kunnen jullie hem niet vereren!'

Iemand in de menigte, mogelijk een vermomde priester, kon het niet meer verdragen. Zijn schorre mannenstem verhief zich luid schreeuwend: 'Jij leeft het leven van Muad'Dib niet! Hoe durf je anderen te vertellen hoe ze hem moeten eren!'

'Omdat hij dood is!' bulderde de Prediker.

Alia draaide zich om om te kijken wie de Prediker had uitgedaagd. De man bleef voor haar onzichtbaar, maar zijn stem klonk weer over de tussenliggende hoofden met een nieuwe kreet: 'Als jij werkelijk denkt dat hij dood is, dan ben je van nu af aan alleen !'

Het was vast een priester, dacht Alia. Maar ze herkende de stem niet.

'Ik kom hier alleen maar een eenvoudige vraag stellen,' zei de Prediker. 'Moet de dood van Muad'Dib gevolgd worden door de zelfmoord van alle mensen? Is dat de onvermijdelijke nasleep van een Messias?'

'Dan geef je dus toe dat hij de Messias is!' schreeuwde de stem uit de menigte.

'Waarom niet, ik ben toch de profeet van zijn tijd?' vroeg de Prediker.

Uit zijn toon en zijn houding bleek zo'n kalme zekerheid dat zelfs zijn uitdager zweeg. De menigte reageerde met een ongerust gemompel, een zacht, dierlijk geluid.

'Ja,' herhaalde de Prediker, 'ik ben de profeet van deze tijd.'

Alia die al haar aandacht op hem had gericht, bespeurde de subtiele Stembuigingen. Hij had de menigte in ieder geval goed in de hand. Had hij een Bene Gesserit opleiding? Was dit weer een manoeuvre van de Missionaria Protectiva? Helemaal niet Paul maar al weer een onderdeel van het eindeloze machtsspel?

'Ik verwoord de mythe en de droom!' schreeuwde de Prediker. 'Ik ben de dokter die het kind ter wereld brengt en verkondigt dat het kind geboren is. Toch kom ik tot jullie ten tijde van een sterfgeval. Maakt dat jullie niet ongerust? Het zou je tot in je ziel moeten schokken!'

Zelfs terwijl ze zich boos maakte over zijn woorden, begreep Alia zijn puntige manier van spreken. Ze merkte dat ze met de anderen langs de trap omhoog drong om dichterbij te komen, dichter bij deze lange man in zijn woestijnuitrusting. Haar blik viel op zijn jonge gids: wat zag die jongen er pienter en brutaal uit! Zou Muad'Dib zo'n cynische jongen in dienst nemen?

'Ik wil jullie ongerust maken!' schreeuwde de Prediker. 'Dat is mijn bedoeling! Ik kom hier strijden tegen het bedrog en de schijn van jullie conventionele, georganiseerde godsdienst. Zoals met al zulke religies het geval is, gaat jullie organisatie de kant op van lafheid, beweegt hij zich in de richting van middelmatigheid, traagheid en zelfingenomenheid.'

Uit het midden van de menigte werd een boos gemompel hoorbaar.

Alia voelde de spanningen en vroeg zich wellustig af of er misschien een rel zou ontstaan. Kon de Prediker deze spanningen aan? Zo niet, dan kon hij wel eens hier ter plekke sterven!

'Die priester die mij weersprak!' riep de Prediker terwijl hij in de menigte wees.

Hij weet het! dacht Alia. Er trok een huivering door haar heen, die een bijna seksuele bijsmaak had. Deze Prediker speelde gevaarlijk spel, maar hij speelde het volmaakt.

'Jij, priester in burger,' riep de Prediker, 'jij bent de kapelaan van de zelfgenoegzamen. Ik kom hier niet om Muad'Dib te bestrijden, maar om jou te bestrijden! Is jouw godsdienst echt als die niets kost en geen enkel risico meebrengt? Is jouw godsdienst echt als je in naam daarvan wreedheden begaat? Vanwaar komt jouw neerwaartse ontaarding van de oorspronkelijke openbaring? Antwoord mij, priester!'

Maar de uitdager bleef zwijgen. En Alia merkte dat de menigte weer met een gretige overgave naar elk woord van de Prediker luisterde. Door de priesters aan te vallen verwierf hij hun sympathie! En als haar spionnen het goed hadden, dan waren de meeste pelgrims en Vrijmans op Arrakis ervan overtuigd dat deze man Muad'Dib was.

'De zoon van Muad'Dib waagde!' schreeuwde de Prediker, en Alia hoorde tranen in zijn stem. 'Muad'Dib waagde! Zij hebben hun prijs betaald! En wat heeft Muad'Dib bereikt? Een godsdienst die hem aan de kant zet!'

Wat een verschil als die woorden van Paul zelf komen, dacht Alia. Ik moet erachter komen! Ze drong hoger de trap op en anderen drongen met haar mee. Ze wrong zich door de menigte heen tot ze bijna haar arm kon strekken om deze geheimzinnige profeet aan te raken. Ze rook de geur van de woestijn aan hem, een mengeling van specie en vuursteen. Zowel de Prediker als zijn jonge gids waren bestoft alsof ze pas uit de bied kwamen. Ze zag dat de handen van de Prediker sterk dooraderd waren aan de huid die onder de polszegels van zijn stilpak uitkwam. Ze zag dat een vinger van zijn linkerhand een ring had gedragen; er zat nog een moet. Paul had aan die vinger een ring gedragen: de Atreides-Havik die nu in Vest Tabr verbleef. Leto zou die gedragen hebben als hij was blijven leven... of als ze hem had toegestaan de troon te bestijgen.

Weer richtte de Prediker zijn lege kassen op Alia en sprak hij vertrouwelijk, maar met een stem die doorklonk over de hoofden van de menigte.

'Muad'Dib liet jullie twee dingen zien: een zekere toekomst en een onzekere toekomst. Bij zijn volle verstand trad hij de hoogste onzekerheid van het grotere heelal tegemoet. Hij deed blindelings afstand van zijn positie in deze wereld. Hij liet ons zien dat mensen dat altijd moeten doen, het onzekere kiezen in plaats van het zekere.' Alia merkte op dat zijn stem aan het eind een smekende klank kreeg.

Alia keek om zich heen en legde haar hand op het heft van haar krysmes. Als ik hem nu zomaar doodde, wat zouden ze dan doen? Weer voelde ze een huivering door haar lichaam trekken. Als ik hem doodde en mezelf bekend maakte en de Prediker ontmaskerde als een ketterse bedrieger?

Maar stel dat ze bewezen dat het Paul was?

Iemand duwde Alia nog dichter naar hem toe. Ze voelde zich in de ban van zijn aanwezigheid, ook al vocht ze om haar woede de baas te blijven. Was dit Paul? Grote goden! Wat kon ze doen?

'Waarom is er weer een Leto van ons weggenomen?' vroeg de Prediker. Er klonk oprecht leed uit zijn stem. 'Geef antwoord als je kunt! Haaa, hun boodschap is duidelijk: laat de zekerheid achter je!' Hij herhaalde het met een schallende kreet van zijn stentorstem: 'Laat de zekerheid achter je! Dat is de meest diepgaande opdracht van het leven. Daar gaat het leven om. Wij zijn een sonde in het onbekende, in het onzekere. Waarom kunnen jullie Muad'Dib niet horen? Als zekerheid bestaat uit het onwrikbaar kennen van een onwrikbare toekomst, dan is dat slechts een mooi vermomde dood! Zo'n toekomst wordt nul Dat liet hij jullie zien!'

Met een angstaanjagende zekerheid stak de Prediker zijn hand uit en greep hij Alia bij de arm. Het ging zonder tasten of aarzelen. Ze probeerde zich los te trekken, maar hij hield haar vast in een pijnlijke greep en sprak haar van aangezicht tot aangezicht toe terwijl de anderen om hen heen in verwarring achteruit deinsden.

'Wat heeft Paul Atreides jou verteld, vrouw?' vroeg hij.

Hoe weet hij dat ik een vrouw ben? vroeg ze zich af. Ze wilde wegzinken in haar innerlijke levens, ze wilde bescherming vragen, maar de wereld in haar binnenste bleef angstig stil, gebiologeerd door deze gestalte uit hun verleden.

'Hij vertelde je dat vervulling gelijk is aan de dood!' schreeuwde de Prediker. 'Volledige voorzienigheid is vervulling... is de dood!'

Ze probeerde zijn vingers los te peuteren. Ze wilde haar mes grijpen en hem met wilde halen wegjagen, maar ze durfde niet. Ze had zich haar hele leven nog niet zo ontmoedigd gevoeld.

De Prediker hief zijn hoofd om over haar heen de menigte toe te spreken en hij schreeuwde: 'Ik geef u de woorden van Muad'Dib! Hij zei: "Ik zal jullie met je neus op de dingen duwen die jullie proberen te mijden. Ik vind het niet vreemd dat alles wat jullie willen geloven alleen datgene is wat jullie behaagt. Hoe kunnen mensen anders de vallen uitdenken die ons verraderlijk tot middelmatigheid verleiden? Hoe kunnen we anders lafheid omschrijven?" Dat heeft Muad'Dib jullie verteld!'

Heel plotseling liet hij Alia's arm los en duwde hij haar in de drom mensen. Ze zou gevallen zijn als de opdringende mensen haar niet overeind hadden gehouden.

'Bestaan betekent opvallen, afsteken tegen een achtergrond,' zei de Prediker. 'Jullie denken niet echt en bestaan niet echt als je niet bereid bent zelfs je eigen verstand op het spel te zetten bij het beoordelen van je bestaan.'

De Prediker begon de trap af te dalen en greep opnieuw Alia bij de armageen aarzelen of zoeken. Maar dit keer deed hij het vriendelijker. Hij boog zich naar haar toe en zei met een stem die alleen voor haar oren bestemd was: 'Hou ermee op me weer in de achtergrond terug te trekken, zuster.'

Toen stapte hij, met zijn hand op de schouder van zijn jonge gids, de mensenmenigte in. Er werd plaats gemaakt voor het vreemde paar. Er werden handen uitgestrekt om de Prediker aan te raken, maar de mensen deden dat met eerbiedige tederheid alsof ze bang waren voor wat ze onder die stoffige Vrijmanse mantel konden aantreffen.

Alia stond daar alleen in haar geschoktheid terwijl de mensen achter de Prediker aan wegliepen.

Zekerheid doorstroomde haar: het was Paul. Er was geen twijfel meer mogelijk. Het was haar broer. Zij voelde wat de menigte voelde. Zij had in zijn heilige nabijheid gestaan en nu stortte haar hele wereld om haar heen in elkaar. Ze wilde achter hem aan rennen en hem smeken haar van haarzelf te verlossen, maar ze kon zich niet verroeren. Terwijl de anderen zich verdrongen om de Prediker en zijn jonge gids te volgen, stond zij daar bedwelmd door een totale wanhoop, een ellende zo diep dat ze hier alleen maar kon staan beven, onbekwaam haar eigen spieren te beheersen.

Wat moet ik doen? Wat moet ik doen? vroeg ze zich af.

Nu had ze zelfs Duncan niet meer om op te steunen, of haar moeder. De innerlijke levens bleven zwijgen. Ghanima was er natuurlijk nog, veilig bewaakt in de burcht, maar Alia kon zich er niet toe brengen met haar wanhoop bij de overlevende tweeling aan te komen.

leder een heeft zich tegen me gekeerd. Wat kan ik doen?

Kinderen van Duin
titlepage.xhtml
Kinderen van Duin_split_000.htm
Kinderen van Duin_split_001.htm
Kinderen van Duin_split_002.htm
Kinderen van Duin_split_003.htm
Kinderen van Duin_split_004.htm
Kinderen van Duin_split_005.htm
Kinderen van Duin_split_006.htm
Kinderen van Duin_split_007.htm
Kinderen van Duin_split_008.htm
Kinderen van Duin_split_009.htm
Kinderen van Duin_split_010.htm
Kinderen van Duin_split_011.htm
Kinderen van Duin_split_012.htm
Kinderen van Duin_split_013.htm
Kinderen van Duin_split_014.htm
Kinderen van Duin_split_015.htm
Kinderen van Duin_split_016.htm
Kinderen van Duin_split_017.htm
Kinderen van Duin_split_018.htm
Kinderen van Duin_split_019.htm
Kinderen van Duin_split_020.htm
Kinderen van Duin_split_021.htm
Kinderen van Duin_split_022.htm
Kinderen van Duin_split_023.htm
Kinderen van Duin_split_024.htm
Kinderen van Duin_split_025.htm
Kinderen van Duin_split_026.htm
Kinderen van Duin_split_027.htm
Kinderen van Duin_split_028.htm
Kinderen van Duin_split_029.htm
Kinderen van Duin_split_030.htm
Kinderen van Duin_split_031.htm
Kinderen van Duin_split_032.htm
Kinderen van Duin_split_033.htm
Kinderen van Duin_split_034.htm
Kinderen van Duin_split_035.htm
Kinderen van Duin_split_036.htm
Kinderen van Duin_split_037.htm
Kinderen van Duin_split_038.htm
Kinderen van Duin_split_039.htm
Kinderen van Duin_split_040.htm
Kinderen van Duin_split_041.htm
Kinderen van Duin_split_042.htm
Kinderen van Duin_split_043.htm
Kinderen van Duin_split_044.htm
Kinderen van Duin_split_045.htm
Kinderen van Duin_split_046.htm
Kinderen van Duin_split_047.htm
Kinderen van Duin_split_048.htm
Kinderen van Duin_split_049.htm
Kinderen van Duin_split_050.htm
Kinderen van Duin_split_051.htm
Kinderen van Duin_split_052.htm